Het aantal Vlaamse stemmen in Brussel is tussen 2004 en 2009 spectaculair gedaald, min zeventien procent. BDW zoekt een verklaring.

In vijf jaar tijd is het aantal Nederlandstalige stemmen met 10.700 gedaald tot 51.818 (min zeventien procent). Dat is dan nog buiten de stijging van het totale aantal Brusselse kiezers gerekend. Met andere woorden: de spoeling wordt dun. Was er geen gewaarborgde vertegenwoordiging in het Brussels parlement, dan haalden de Vlamingen nog acht zetels op de 75. Nu zijn het er zeventien op 89.

Dat slechte resultaat was voor Vlaams-Brussel zeker een van de minder fijne verrassingen afgelopen zondag. En toch – het zat eraan te komen. Officieuze bronnen spreken van nog 55.000 kiezers met een Nederlandstalige identiteitskaart, en de kamerverkiezingen van 2007 toonden al verontrustende cijfers (zie grafiek).

Anderstalige kiezers
Waar zijn de Brusselse Vlamingen heen? Daniël Buyle, de griffier van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), ziet twee belangrijke redenen voor de terugval: het slechte resultaat van Vlaams Belang, en de demografische evolutie. “Johan Demol (VB) is bij deze verkiezingen zesduizend voorkeurstemmen kwijtgespeeld, de lijst zelf is er twaalfduizend kwijt. We weten dat in 2004 veel Franstaligen op het Belang hebben gestemd. Die hebben dat nu wellicht niet meer gedaan, waardoor ook het totale aantal Vlaamse stemmen is gedaald. Twee: de sociologische samenstelling van Brussel verandert razendsnel. Er zijn in vijf jaar tijd dertienduizend kiezers bijgekomen, en tegelijk zijn er bijna elfduizend Vlaamse stemmen minder. De Vlaamse politici vinden blijkbaar geen aansluiting bij de nieuwe kiezers.”

Nochtans hebben de Vlaamse partijen in Brussel kosten noch moeite gespaard om de anderstalige kiezer te verleiden. Sven Gatz, die een mooie persoonlijke score voor het Vlaams parlement neerzette, noemt de verkiezingen op dat vlak een ontgoocheling. Gatz: “We hebben driehonderdduizend pamfletten gebust, we hebben drie pagina’s in (het huis-aan-huisblad) Vlan gekocht, waarin Verhofstadt werd uitgespeeld. Voor de Europese lijst heeft dat gerendeerd, voor Brussel niet. (Open VLD haalt in Brussel achtduizend stemmen meer voor Europees dan voor het Brussels parlement, SVG/DV.) Enkele honderden kiezers hebben we kunnen overtuigen, maar geen duizenden.”

Het heeft volgens Gatz met zichtbaarheid op de stemcomputer te maken (”Mensen zeggen me dat ze me moeilijk vonden”), maar dat is zeker niet de enige reden, geeft hij toe. “Ik denk dat mensen stemmen par proximité et par utilité: voor mensen die ze kennen, maar ook voor partijen die zwaarder kunnen wegen op het beleid.” Dat verklaart wellicht waarom er zelfs Brusselse Vlamingen zijn die voor Franstalige partijen hebben gestemd.

Ook Pascal Smet voerde een meertalige campagne. SP.A heeft een winst opgetekend binnen het Nederlandstalig kiescollege, maar in absolute cijfers is SP.A een kleine duizend kiezers kwijtgespeeld. Ook voor Smet zijn de implosie van het Vlaams Belang in Brussel en de demografische evolutie oorzaken voor de daling in het Vlaamse electoraat. “De Brusselse partijen zullen minder ‘blank’ moeten worden,” zegt Smet. “Daar moeten we aan werken. Maar ik zie nog een andere reden. Ik heb heel wat Vlamingen ontmoet die in Brussel wonen, maar die er – om velerlei redenen – niet gedomicilieerd zijn.”

Vlaams beleid
De neergang doet ook vragen rijzen over het rendement van het Vlaamse beleid in Brussel. Vlaanderen pompt veel geld in Brussel. De scholen barsten uit hun voegen door een instroom aan anderstaligen, de theaters staan open voor alle Brusselaars, de zorgverzekering levert tal van bejaarden een mooie bonus op, ook al zijn ze Franstalig. Maar de electorale winst blijft uit. Wie van de Vlaamse voorzieningen gebruikmaakt, stemt niet noodzakelijk Vlaams. Dat was nochtans een idee dat lang populair was. Pascal Smet (SP.A) gelooft hoe dan ook niet in die filosofie. “Onze scholen zijn geen Vlaamse fabriekjes. Het gaat erom anderstaligen kansen te geven op goed onderwijs.”

De CD&V’er Paul Delva zit op dezelfde lijn. “Het zou van zelfgenoegzaamheid getuigen om te denken dat wie van Vlaamse instellingen gebruikmaakt, ook automatisch Vlaams stemt.”
Ook in Vlaanderen baren de cijfers opzien. “Schrik niet,” waarschuwde Ivan De Vadder op de VRT bij de voorstelling van de extreem laag uitvallende cijfers uit de kieskring Brussel. Een reden voor Vlaanderen om minder met Brussel rekening te houden? “Ik ga er nog altijd van uit dat Vlaanderen in Brussel wil blijven investeren. Al kunnen jobkorting en kinderbijslag voor een splijtzwam zorgen,” zegt Gatz. En Luckas Vander Taelen, voor Groen! verkozen in het Vlaams parlement: “Vlaanderen moet fier zijn op zijn hoofdstad. Als de Vlaamse regering een jobkorting uitkeert in Vlaanderen en niet in Brussel, dan is dat slechte reclame voor Brussel.”

Bescherming van Vlaamse minderheid
De slechte Vlaamse score in Brussel levert munitie aan de francofonie, die de gewaarborgde vertegenwoordiging in Brussel in vraag stelt. Al voor de verkiezingen maakte Olivier Maingain (FDF) zich vrolijk over het slinkende aantal Nederlandstaligen. Bernard Clerfayt (FDF) vindt één Vlaams minister wel voldoende; vandaag geldt de pariteit.

Moeten de Vlamingen zich zorgen maken? Niet meteen. De bescherming van de Vlaamse minderheid in Brussel maakt deel uit van het Belgische evenwicht. “En,” zegt Gatz, “er zijn ook andere cijfers dan de verkiezingsresultaten. Het gebruik van het Nederlands zit in de lift, en het Nederlandstalig onderwijs is goed voor twintig procent van de Brusselse leerlingen. Een zekere trots is best op zijn plaats. We hoeven nu ook niet masochistisch te worden.”