Onder de Brusselse verkozenen voor het Vlaams en Brussels parlement bevinden zich ook een aantal nieuwkomers, mensen die hun eerste stappen zetten in de Brusselse politiek.
Ann Brusseel is 33 jaar en werkt op het crisiscentrum Buitenlandse Zaken. Ze stond op de tweede plaats op de Open VLD-lijst voor het Vlaams Parlement. Samen met partijgenoot Sven Gatz trekt ze de komende vijf jaar naar het Vlaams Parlement. Daar hoopt ze te kunnen wegen op de domeinen onderwijs en buitenlandse handel.
De N-VA heeft met de 61-jarige Paul De Ridder het afdelingshoofd van de Koninklijke Bibliotheek in haar rangen. Het is de eerste keer dat de partij alleen opkomt in het Brussels Gewest en ze haalt meteen een zetel binnen in het Brussels Parlement. “Ik denk dat een aantal mensen overtuigd zijn geraakt van onze aanpak. Men had gedacht dat met het verdwijnen van de Volksunie ook het volksnationalisme in Brussel dood en begraven was,” zegt De Ridder. “Dat blijkt niet zo te zijn. De mensen zien in dat, zeker in deze tijd, het nodig is dat er een partij is die radicaal opkomt voor de belangen van de Nederlandstalige in Brussel.”
De Vlaamse groenen deden het goed in de hoofdstad en konden hun zetelaantal verdubbelen van één naar twee. Die extra zetel gaan naar nieuwkomer Annemie Maes. En ook bij de SP.A gaat de gewonnen zetel naar een nieuweling. De Franstalige Sophie Brouhon kwam voor het eerst op voor de Vlaamse socialisten en mag naar het Brussels Parlement.
Als alles goed gaat, hebben deze nieuwelingen vijf jaar de tijd om hun politieke dromen waar te maken.










