Zondag kiezen we voor 89 nieuwe leden in het Brussels Parlement. De Vlaamse partijen krijgen daarvan zeventien gewaarborgde zetels. Maar de verhoudingen tussen de verschillende partijen in die zetels is de afgelopen jaren erg veranderd. Dat zegt Daniël Buyle, griffier van de VGC.

Unalbe to show flash video

De afgelopen vijf jaar zaten er vijf Vlaamse partijen in het Brussels parlement. Die vijf zijn er al van in het begin bij, maar er zijn enkele belangrijke verschuivingen te merken. De christendemocraten gaan er al van bij het begin op achteruit, zegt Daniël Buyle.

“In 1989 haalden de christen-democraten nog 27 procent van de Vlaamse stemmen. In 2004 was CD&V, toen samen met N-VA, gezakt tot 17 procent. Ze dus dus tien procent verloren.”

Bij de liberalen en socialisten is er een lichte stijging te merken. Open VLD, in 1989 nog PVV, ging van twee naar vier zetels. Maar procentueel verschilt er niet veel. Hetzelfde geldt voor de SP.A die nu drie zetels heeft.

De groenen gingen in 1989 van start met 1 zetel. Ze verloren die in 1995. In 2004 haalden ze net geen tweede zetel.

Vlaams Belang is sinds 1999 de grootste Vlaamse partij in Brussel. De extreem-rechtse partij gaat van 1 naar 6 zetels in 15 jaar tijd. Velen verwachten op 7 juni voor het eerst een nederlaag.

“Zelfs als Vlaams Belang en forse achteruitgang zou kennen, van bijvoorbeeld tien procent, dan halen ze nog altijd 24 procent van de Vlaamse stemmen. Dat zou hen nog vier zetels opleveren,” zegt Buyle.

Door de lijstverbindingen moet enkel Lijst Dedecker zich zorgen maken om de kiesdrempel in Brussel. LDD weigerde een verbinding aan te gaan met de andere democratische partijen. Nooit eerder waren er dat zoveel aan Vlaamse kant.