090601_gosuinDrie van de vijf Brusselse parlementsleden die de afgelopen regeerperiode het actiefst waren in het Brussels halfrond zijn Nederlandstaligen. Een opmerkelijke vaststelling want in het Brussels parlement zetelen veel meer Franstaligen dan Nederlandstaligen. De meeste interpellaties staan wel op naam van één Franstalig lid van de oppositie: Didier Gosuin (MR).

MR-parlementslid en oud-minister Didier Gosuin is de onbetwiste kampioen van de parlementaire vragen en interpellaties. Tussen 2004 en 2009 diende hij er maar liefst 1.446 in. In de top vijf van grootste vragenstellers en interpellanten staan na Gosuin drie Nederlandstaligen. Walter Vandenbossche (CD&V) diende 263 vragen en interpellaties in, Carla Dejonghe (Open VLD) deed dat 243 keer en Marie-Paule Quix (ex-Spirit en nu SP.A) 209 keer. De top vijf wordt afgesloten door Stéphane de Lobkowicz (CDH) met 182 vragen en interpellaties.

Met 3.438 vragen en interpellaties, waarvan ruim veertig procent op naam van Gosuin staat, was oppositiepartij MR ongetwijfeld de meest actieve fractie van het Brussels halfrond de afgelopen regeerperiode. CDH staat op de tweede plaats met 876 vragen en interpellaties, gevolgd door de PS met 753. De top vijf wordt afgesloten door twee Nederlandstalige partijen: Vlaams Belang is goed voor 537 vragen en interpellaties, bij Open VLD zijn dat er 479.

Hoe actief sommige parlementsleden zijn, zo stil is het uit de hoek van sommige andere leden van het parlement. Een aantal parlementsleden slaagde erin om tijdens de afgelopen vijf jaar geen enkele vraag of interpellatie in te dienen. Onder hen Jacques De Coster en Alain Leduc, beide van de PS. Ook hun partijgenoot Eric Tomas diende geen enkele vraag in, maar heeft daar wel een goede reden voor. Tomas is parlementsvoorzitter en leidt de debatten. Ook bij het extreem-rechtse Front National lieten twee parlementsleden op geen enkel moment van zich horen: Paul Arku en Christiane Van Nieuwenhoven.