Spot is een kostbaar goed. Want satire werkt als een tegengif voor de vleiende portretten en gepolijste leuzen van onze politici. De bespottelijkste politicus krijgt ook de strengste spotprenten.
Spotprenten maken op karikaturale wijze duidelijk waar de zwakke plek zit, wat verdoezeld wordt, verzwegen of gelogen. Ze belichten datgene wat de politici het liefst niet belicht hadden gezien.
Verstandige politici doen daarom hun voordeel met satire: ze kunnen eruit leren wat ze beter niet meer kunnen doen en welke hun zwakke punten zijn. In die zin zijn tekenaars van spotprenten ook een soort gratis psychiaters.

Burgemeester Jules Anspach flikflooit met de
schoone deerne die Zenne heet. Hij liet haar
overwelven tussen 1867 en 1871.
Het Verdrag van Londen in 1839 erkent de onafhankelijkheid van het jonge België. Op de spotprent kijken België en Nederland geketend toe. En op de grond ligt het lijk van Polen, dat de onafhankelijkheid vroeg maar niet kreeg.

“Sire, op uw leeftijd.”
- “U zou hetzelfde moeten doen.”
De koninklijke minnares Blanche Delacroix was rond
de eeuwwisseling het voorwerp van openlijke spot.
Met deze prent wordt de spot gedreven met
de ‘verheven’ gedragingen van de politieke klasse.

Een liberaal tweespalt aan de kaak gesteld.
Théo Lefèvre was premier van 1961 tot 1965. De fiscale hervorming
die hij doorvoerde, leverde hem deze spotprent op.










