Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) besteden samen jaarlijks ruim achthonderd miljoen euro in de hoofdstad, en dat geld gaat voor meer dan de helft naar onderwijs. Maar is het ook goed besteed? BDW nam de proef op de som.
Het Vlaams regeerakkoord is duidelijk: de Vlaamse meerderheidspartijen laten Brussel niet links liggen. Brussel maakt volwaardig deel uit van het Vlaams gemeenschapsbeleid.
Nieuw is dat de doelgroep beter afgebakend werd. Vlaanderen wil, zoals vanouds, 300.000 Brusselaars bereiken, maar in 2004 werd voor het eerst duidelijk gemaakt wie dat zijn: Brusselse Vlamingen en alle Brusselaars die deel willen uitmaken van de Vlaamse gemeenschap of die gebruikmaken van de Vlaamse instellingen in Brussel: de scholen, de cultuurtempels, de gemeenschapscentra,… In een VGC-taalnota werden de puntjes op de i gezet.
Die nieuwe marsrichting is niet onopgemerkt voorbijgegaan. Zo deelde de VGC vroeger subsidies uit aan WMKJ’s (Werking Maatschappelijk Kwetsbare Jongeren), waarvan er sommige haast volledig in het Frans werkten. Daarmee rekende het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (Guy Vanhengel, Brigitte Grouwels en Pascal Smet) af. De WMKJ’s moesten een exclusief Nederlandstalige werking uitbouwen, gericht op leerlingen uit het Nederlandstalig onderwijs.
Bij enkele WMKJ’s heeft dat tot luid protest geleid omdat (Franstalige) buurtkinderen uitgesloten werden, maar het VGC-college was onverbiddelijk. De reden klinkt ook aannemelijk: de (anderstalige) leerlingen van het Nederlandstalig onderwijs hebben er alle belang bij om ook in hun vrije tijd in een Nederlandstalige omgeving opgevangen te worden.
Het lijkt een detail, maar het zegt veel over het slappe koord waarop de VGC voortdurend moet balanceren: de neuzen gericht naar Vlaanderen, of de neuzen gericht naar Brussel.
Ook de komende decennia, met een verdampend België, zal dat een heikel punt blijven. Temeer omdat in Vlaanderen de laatste twee jaar de roep steeds luider klinkt om Brussel los te laten. De VGC zal een gewiekste go-between moeten blijven, en zal Vlaanderen eraan moeten blijven herinneren dat ook in Brussel Vlamingen wonen. De jobkorting heeft pijnlijk aangetoond dat dit meer dan ooit nodig is. (…)
Welzijn
Deze regeerperiode had vooral een inhaalbeweging in de bejaardensector gemaakt moeten worden. In cultuur en onderwijs kan Vlaanderen zeker zijn mannetje staan in Brussel, maar welzijn is het zwakke zusje. De bejaardentehuizen zijn voor het merendeel Franstalig of bicommunautair. Een van de weinige Nederlandstalige bejaardentehuizen in Brussel, Bergamote, werd verpatst aan Franse investeerders, waardoor het aantal Vlaamse bejaardenvoorzieningen in Brussel bijna tot nul is herleid.
Vlaams minister Bert Anciaux (SP.A) heeft daar een grootscheeps plan tegenovergesteld. De woonzorgzones moeten het begin vormen van een volledig dekkende Nederlandstalige bejaardensector in Brussel. Binnen die zones vind je in principe het hele gamma: van rusthuis over dagverblijf tot serviceflat. Anciaux heeft er ook imposante budgetten voor uitgetrokken. De privésector moet met de rest van het geld over de brug komen. (…)
Een grote doorbraak kwam er in de zorgverzekering. Vlaamse Brusselaars konden tot 2007 wel aansluiten bij de zorgverzekering, maar ze konden met hun zorgcheques in te weinig rusthuizen terecht. Steven Vanackere (CD&V) heeft er als Vlaams minister van Welzijn al vrij snel na zijn aantreden voor gezorgd dat wie verzekerd is, een beroep kan doen op de zorgverzekering in om het even welk Brussels rusthuis. (…)
Het aantal Vlaamse huisartsen in Brussel is onder de pijnlijke grens van vijftig is gedaald. Sympathieke initiatieven als Zorgnet kunnen dat nauwelijks verhelpen. Een website met Nederlandskundige zorgverstrekkers is niet oninteressant, maar zolang Nederlandstalige artsen uit Brussel wegblijven, is Zorgzoeker.be een pleister op een houten been.
Onderwijs
Onderwijs neemt de grootste hap uit het Vlaamse budget voor Brussel: 440 miljoen euro Vlaams gemeenschapsgeld. Dankzij minister Frank Vandenbroucke (SP.A) zijn de werkingsmiddelen gestaag gestegen. Twintig procent van de Brusselse kinderen gaat naar het Nederlandstalig onderwijs, wat een enorm succes mag heten, en aan dat succes lijkt nog geen eind te komen. Anderstaligen hebben begrepen dat kennis van het Nederlands meer kansen op de arbeidsmarkt schept. Maar ook het grootscheepse renovatieplan voor de Brusselse scholen van collegevoorzitter Guy Vanhengel (Open VLD) heeft bijgedragen tot die aantrekkingskracht. Een aangenaam schoolgebouw lokt ouders. Daarvan kan de gemeenteschool Sint-Joost-aan-Zee getuigen. De afgelopen zeven jaar heeft de VGC 34 miljoen euro besteed aan de renovatie van Vlaams-Brusselse scholen. De komende jaren zullen nog scholen, waarvan enkele in achtergestelde buurten, met nieuwe lokalen kunnen pronken. (…)
Met een uitbreiding van de kinderopvang in Brussel is het Nederlandstalig onderwijs in elk geval verzekerd van een belangrijke nieuwe instroom: collegelid Grouwels realiseerde deze legislatuur een capaciteitsverhoging van vijftien procent.
Cultuur
Op cultureel vlak viel er deze regeerperiode weinig op, behalve dan dat, dankzij minister Bert Anciaux (SP.A), de budgetten uit Vlaanderen spectaculair gestegen zijn, dat de vernieuwde KVS de deuren opende en dat het jeugdtheater Bronks eindelijk een eigen stek heeft. Collegelid Pascal Smet (SP.A) heeft de gemeenschapscentra willen reorganiseren, met vlaggenschepen met bovenregionale uitstraling en kleinere dependances, maar daarin is hij niet echt geslaagd.
Niet dat de Vlaamse culturele uitstraling in Brussel een knauw kreeg. Twee grote gemeenschapscentra, De Kriekelaar en De Pianofabriek, zijn volledig gerenoveerd, het poëzieparcours Vers Brussel werd uitgestippeld, er komt een nieuwe hoofdstedelijke bibliotheek, kortom: de Vlaamse Brusselaars hebben op het vlak van cultuur weinig of geen reden tot klagen.
Lees het volledige artikel op brusselnieuws.be: BDW wikt en weegt: welzijn is het zwakke zusje










