De ingewikkelde staatsstructuur laat zich ook voelen in het stemhokje. Afhankelijk van uw taal en woonplaats zal u twee of drie keer een stem uitbrengen. Sommige Brusselaars stemmen voor twee lijsten, andere voor drie lijsten.
Op 7 juni stemmen we niet allemaal even veel keer, en zeker niet voor dezelfde parlementen. Nederlandstalige Brusselaars stemmen drie keer: voor Europa, voor het Brussels Gewest en voor de Brusselse vertegenwoordiging in het parlement van de Vlaamse Gemeenschap.
Vlaanderen heeft één overkoepelend parlement voor zowel het gewest als de gemeenschap. De Nederlandstalige Brusselaars maken deel uit van de Vlaamse Gemeenschap en mogen dus hun vertegenwoordiging kiezen voor het Vlaams parlement. Die zes Brusselaars mogen in het Vlaams halfrond alleen meestemmen over gemeenschapsbevoegdheden.
De Franstalige Brusselaars stemmen maar twee keer: voor Europa en het Brussels Gewest. De Walen stemmen voor Europa en het Waals Gewest.
Gewesten en gemeenschappen
De Franstaligen hebben in tegenstelling tot de Vlamingen nog aparte parlementen voor het Waals Gewest en voor de Franse Gemeenschap. De resulaten van Franstalige stemmen voor de gewesten worden ook gebruikt om het parlement van de Franse Gemeenschap samen te stellen. Daarin zetelen dus Waalse en Brusselse verkozenen.
De Walen en Franstalige Brusselaars brengen dus geen extra stem uit voor de Franse Gemeenschap. Maar Nederlandstalige Brusselaars doen dat wel voor het parlement van de Vlaamse Gemeenschap. Vandaar het verschil in het aantal kieslijsten.
In Vlaanderen stemt men maar twee keer: voor Europa en voor de Vlaamse Gemeenschap, die ook de bevoegdheden van het Vlaams Gewest uitoefent.
De Duitstaligen in Wallonië stemmen dan weer drie keer: voor Europa, voor het Waals Gewest en voor de Duitstalige Gemeenschap. De Oostkantons behoren tot Wallonië en worden vertegenwoordigd in het Waals Parlement in Namen, maar ze hebben ook gemeenschapsbevoegdheden voor onder andere cultuur en onderwijs. De Duitstalige Gemeenschap zetelt in Eupen.
Franstalige knoop
De Franstaligen kozen zowel voor een Waals Gewest en een Brussels Gewest, als voor een Franse Gemeenschap die alle Franstaligen vertegenwoordigt op het vlak van cultuur en onderwijs. Vlaanderen liet de twee bevoegheidsniveau’s wel samensmelten.
Waalse militanten wilden niet dat de Franstalige Brusselaars meebeslisten over hun gewestelijke bevoegdheden. En een groot aantal Franstaligen wilde de Franse Gemeenschap niet splitsenom zo een breuk tussen Brussel en Wallonië te vermijden.
Als de Franstaligen deze knoop hadden kunnen doorhakken, had het Belgisch systeem uniformer geweest. De voorgestelde Fédération Wallonie-Bruxelles moet die spanning wegwerken door de nadruk te leggen op de samenwerking tussen twee gewesten.
Gemeenschapscommissies
Naast het Brussels parlement, het Waals parlement, het parlement van de Franse Gemeenschap, het parlement van de Duitstalige Gemeenschap, het parlement van de Vlaamse Gemeenschap en het federale parlement, telt ons land nog eens drie mini-parlementen.
De Vlaamse Gemeenschapscommissie verzamelt de Nederlandstalige parlementsleden in het Brussels parlement. De Franse Gemeenschapscommissie, of Cocof, doet hetzelfde met zijn Franstalige parlementsleden in Brussel. Deze parlementjes buigen zich over gemeenschapsbevoegdheden zoals sport en onderwijs.
Omdat sommige gemeenschapsmateries toch efficiënter worden aangepakt door samenwerking over de taalgrenzen heen, werd de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie opgericht. Daarin zetelen zowel Franstalige als Nederlandstalige Brusselaars.
Deze constructie lijkt erg ingewikkeld, en dat is het ook. Maar ze dient voornamelijk om de nodige evenwichten tussen de verschillende taalgroepen te beschermen en om hun democratische rechten te garanderen.










