Minder belastingdruk, meer geld voor het Gewest én een pendelaarsbelasting. Dat zijn de grote lijnen over financiën in de verkiezingsprogramma’s.

Sommigen koppelen er voorwaarden aan, anderen vinden meer geld voor het Gewest dan weer een absolute noodzaak. Zoals alles in België verschillen de partijprogramma’s heel sterk op communautair gebied: Vlaamse partijen willen wel graag geld geven, maar pas na een grondig ‘kerntakendebat’. Dat betekent: eerst serieus nadenken over welke bevoegdheden de gemeenten krijgen, en welke het Gewest krijgt.

De Franstalige partijen zien de gemeenten liever behouden. De groene partij Ecolo is dan weer het minst te vinden voor sterke gemeenten. Ecolo heeft dan ook een gemeenschappelijk programma met Groen!

Pendelaars
Een heel belangrijk thema is de zogenaamde pendelaarsbelasting. Nu betaalt elke burger personenbelasting in het gewest waar hij of zij woont. Maar Brussel ontvangt per dag meer dan 300.000 pendelaars, die hier werken en het wegennet en openbaar vervoer gebruiken, maar hun belastingen elders (in Vlaanderen of Wallonië, dus) betalen. Daardoor loopt de hoofdstad inkomsten mis.

Alle Franstalige partijen zijn voor zo’n belasting te vinden. Aan Vlaams-Brusselse kant is Open VLD pleitbezorger. SP.A formuleert het lichtjes anders: “Om een eerlijke herverdeling te bereiken van de middelen die in en dankzij Brussel worden verdiend, moet het aandeel van de bevolking van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de personenbelasting fictief verhoogd worden met 0,4 miljoen inwoners, verankerd in de financieringswet.” Brussel moet dus meer geld krijgen, overeenkomstig met het aantal belastingbetalers dat het misloopt (0,4 miljoen, de pendelaars dus).

CD&V is samen met SP.A de enige Vlaamse partij die een voorwaardelijke herfinanciering bepleit: ‘geld, maar onder voorwaarden’. De christendemocraten willen daarvoor één politiezone in plaats van zes en een “objectivering van kosten en baten van de hoofdstedelijke en internationale functie”. De partij wil dus dat het geld gebruikt wordt om van Brussel een volwaardige hoofdstad te maken.

De Franstalige liberalen van MR pleiten voor een verlaging van de successierechten en voor de ‘meeneembaarheid’ van registratierechten, waardoor je niet meer het volle pond hoeft te betalen als je je woning verkoopt om een andere te kopen: het Vlaamse model. Ook Open VLD en CD&V willen een verlaging van de successierechten.

Een lagere belastingdruk is een vaak terugkomend thema. MR en CDH zeggen daarbij expliciet dat het nodig is om de concurrentie met de Vlaamse Rand aan te kunnen. MR wil trouwens dat de gemeenten hun financiën nauwgezet bijhouden en ordenen, zodat ze autonoom kunnen blijven en die autonomie verder kunnen waarborgen. PS wil dat de armere gemeenten meer geld uit het gewestelijke Gemeentefonds krijgen. Dat ziet MR niet zitten, omdat rijkere gemeenten zoals Watermaal-Bosvoorde en Ukkel dan hun belastingen zullen moeten verhogen, wat ervoor kan zorgen dat meer mensen richting Vlaams- of Waals-Brabant ‘vluchten’.

Groen! en Ecolo, met hun gemeenschappelijke programma, vinden dat er een juiste financiering voor het Gewest moet komen. De belastingen moeten meer op maat van de stad gesneden zijn en moeten geharmoniseerd worden. Dat is nodig om bedrijven in de stad te houden. Brussel is voor de groenen nog steeds ondergefinancierd, en dat kan veranderen door de bijzondere financieringswet aan te passen, of… door een pendelaarsbelasting te heffen. De pendelaarsbelasting staat ook in het programma van Pensioen+20% van ex-VB’er Jos Van Assche.

Voor Lijst Dedecker moet Brussel “fiscaal zo autonoom mogelijk worden en een afzonderlijke vergoeding krijgen voor [zijn] functie als nationale en Europese hoofdstad.”

N-VA wil de stad fiscaal aantrekkelijker maken door zowel lagere registratierechten te innen als de onroerende voorheffing te verlagen. Pro Bruxsel wil alle regionale en gemeentelijke belastingen harmoniseren, een pendelaarsbelasting opleggen en, specifieker, alle pendelende automobilisten aan een tol onderwerpen om het openbaar vervoer te financieren. Alle financieringsbronnen moeten ten slotte gestroomlijnd worden in één jaarlijkse dotatie.