BIP aan het Koningsplein

De Brusselse regering wou bij haar aantreden in 2004 de werkloosheid én de wooncrisis te lijf gaan. In beide opdrachten is ze mislukt. De regering is er wel in geslaagd de samenhang te bewaren, wat een verademing mag heten in vergelijking met voorgaande Brusselse regeringen.

CDH had voor juni 2004, in de oppositie, hard ingehakt op de regering omdat er te weinig gebeurde om de bijna honderdduizend werklozen aan de slag te krijgen en de economie aan te zwengelen. Het werd een verkiezingsthema, en CDH eiste – en kreeg – de portefeuille Werk en Economie.

Minister-president Charles Picqué (PS) en minister van Werk Benoît Cerexhe (CDH) zetten hun schouders onder een ambitieus Contract voor Economie en Werk. Vier jaar later is de balans mager te noemen. Het aantal Brusselse werklozen ligt nog altijd schrikbarend hoog (92.936!), en van een daling is hoegenaamd geen sprake.

Cerexhe heeft wel wat kleine steentjes kunnen verleggen in de rivier. Dankzij een akkoord met de VDAB zijn er een kleine tweeduizend (!) werklozen bereid gevonden om in Vlaanderen te gaan werken. Cerexhe heeft de BGDA omgevormd tot Actiris, met in heel wat gemeenten lokale ankerpunten. Het moet nog blijken of dat voor een ommekeer kan zorgen in het lethargische arbeidsmarktbeleid van Brussel. Grote Actiris-baas en PS-apparatsjik Eddy Courthéoux, die in principe rond deze tijd met pensioen zou moeten gaan, is gevraagd om zijn mandaat tot het eind van het jaar te verlengen. Het is exemplarisch voor het gebrek aan daadkracht en speelruimte waarmee de regering kampt. Hopelijk komt er in 2010 een frisse wind aan het hoofd van Actiris, die wel vooruitgang kan boeken en werklozen beter naar de arbeidsmarkt kan leiden.

Ook op vlak van wonen waren de ambities groot, maar is de oogst mager. Na de boom in de woonmarkt van begin jaren 2000 is wonen in de stad peperduur geworden. Staatssecretaris voor Wonen Françoise Dupuis (PS) kreeg enorme budgetten om vijfduizend betaalbare en sociale woningen te bouwen, maar vijf jaar bleek te kort. De terreinen waren schaars. De aangekondigde woningbouw zorgde in tal van wijken voor buurtprotest. Er kwam slechts een handvol woningen in Heembeek bij, en enkele honderden woningen staan in de steigers. Dupuis maakt zich wel sterk dat voor 4.600 van de vijfduizend appartementen de sites ‘geïdentificeerd’ zijn.
Dupuis had ook Ruimtelijke Ordening in de portefeuille, maar die sleutelbevoegdheid leek ze toch vooral te gebruiken om dossiers van collega-regeringsleden te blokkeren. Aan het Vanderkindereplein in Ukkel, een belangrijk nieuw tramknooppunt, had een comfortabele halte moeten komen. Daarvoor moesten bomen en een stuk of wat parkeerplaatsen weg. Dupuis, die vlakbij woont, weigerde een vergunning af te leveren.

En daarmee zijn we bij mobiliteit aanbeland, een thema dat deze legislatuur aan belang won. Minister Pascal Smet (SP.A) heeft van Brussel een fietsstad willen maken, maar hij geeft toe dat vijf jaar daarvoor te kort is. Dat neemt niet weg dat er in fietsinfrastructuur een enorme inhaalbeweging is gemaakt in autostad Brussel: een verdubbeling van het aantal fietspaden, fietssluizen aan alle vierhonderd gewestelijke kruispunten, fietsstallingen,… De gevolgen zijn ook in het straatbeeld te zien: het aantal fietsers is de afgelopen vijf jaar spectaculair toegenomen.

Lichtplan
Smet heeft ook in de heraanleg van de openbare ruimte willen aantonen dat het anders kan, met meer internationale allure. Met zijn Lichtplannen of met een mooi nieuw Flageyplein heeft hij zeker voor een kentering gezorgd; in andere gevallen bleef het te veel bij woorden. De plannen voor het Rogierplein zijn klaar, maar op de uitvoering blijft het wachten. Een sneltram naar de VUB? De aanleg moet nog beginnen. Om nog te zwijgen van het openluchtzwembad…
Maar Smet zal misschien nog het meest herinnerd worden als de minister die de gemeentebesturen op hun plaats wou zetten. Veelvuldige uithalen hierover hebben hem evenwel flink wat last bezorgd. Zo beet Smet de tanden stuk op de oprichting van een gewestelijk parkeeragentschap.

Voor Ecolo betekende de Brusselse regeerperiode een nieuwe kans, nadat de partij met schaamrood op de wangen uit de federale regering Verhofstadt I was geknikkerd. Minister Evelyne Huytebroeck (Ecolo) kreeg Leefmilieu en stak onder Picqué III heel erg behoedzaam van wal, op het onzekere af. Geleidelijk won ze aan zelfvertrouwen en slaagde ze er, als enige groene minister, in vooruitgang te boeken in milieudossiers. Ze heeft vooral het energiedossier ter harte genomen, omdat daar veel op het spel stond: Brussel door de liberalisering van de energiemarkt loodsen en de strijd tegen de CO2-uitstoot opvoeren. Met veel oude en slecht geïsoleerde woningen en een groeiend autoverkeer ligt daar veel werk op de plank. Communicatie is wel niet Huytebroecks sterkste kant.

Ook de PS stuurde een nieuwe politicus de arena in: Emir Kir (PS), die, na een monsterscore van op de zeventiende plaats, totaal onverwachts staatssecretaris mocht worden. Kir is de bestuursperiode zonder kleerscheuren uit gekomen, op twee incidenten na. Hij kreeg de volle laag toen drie jaar geleden de organisatie van de openbare slachtplaats voor het Offerfeest in het honderd liep, en ook zijn ontkenning van de Armeense genocide achtervolgt hem al een tijdje.
In Openbare Netheid heeft Kir vooral het beleid van zijn voorgangers verdergezet. De afvalophaling is als vanouds behoorlijk; in de meeste gemeenten wordt nu ook tuinafval huis-aan-huis opgehaald. Maar het Brussels Gewest blijft, in vergelijking met Vlaanderen en Wallonië, ondermaats scoren in het sorteren van afval. Kir heeft niet de kans gegrepen om hier iets aan te doen.
Kir had ook Monumenten en Landschappen onder zijn hoede en heeft gestaag verder gebouwen en landschappen beschermd. Met erfgoedklassen bracht hij jongeren liefde voor het verleden bij. Hij wou de macht van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen kortwieken, zodat de politiek meer grip kreeg op het Brusselse erfgoed, maar is daar uiteindelijk toch niet in geslaagd. En misschien is dat maar goed ook.

CD&V is lang de nummer één geweest in Brussel, maar in 2004 moest de partij Vlaams Belang, Open VLD én SP.A laten voorgaan. Er zat voor CD&V alleen een staatssecretariaat in. Brigitte Grouwels (CD&V), die eerder al even minister in de Vlaamse regering was, kreeg bovendien kleine bevoegdheden als Ambtenarij en de Haven. Maar vooral met de Brusselse Haven heeft ze zich in het nieuws kunnen werken. Zoveel zelfs, dat je haast zou vergeten dat Brussel een van de kleinste zeehavens van het land heeft. Anderzijds is het gebied rond de haven een van de weinige economische groeipolen in Brussel waar ook plaats is voor andere sectoren dan diensten. Grouwels haalde onder meer de Antwerpse Katoen Natie naar Brussel, die een nieuw logistiek centrum in de haven zal uitbouwen. Zo deed ze haast meer voor de Brusselse economie dan haar collega Cerexhe.
De Brusselse regering bereikte vorig jaar een akkoord over het taalkader, waarin vastgelegd wordt uit hoeveel Nederlandstalige en hoeveel Franstalige ambtenaren de Brusselse administratie moet bestaan. De Raad van State heeft dat taalkader echter verworpen, zodat nu alle bevorderingen muurvast zitten. De Brusselse regering wou ook de topambtenaren met objectieve selectiecommissies aanstellen. Ook die benoemingen zijn nu niet mogelijk: tal van vacante topfuncties zijn het gevolg. De vraag is of Grouwels hier schuld treft. Veel heeft te maken met het bijna absurde systeem waarbij de taalverhoudingen in het Brusselse ambtenarenkorps bepaald wordt op basis van het aantal Nederlands- en Franstalige dossiers dat diezelfde administratie behandelt.

De begroting van het Brussels Gewest kan niet, zoals in Vlaanderen, pronken met overschotten. Een strenge schatbewaarder is dan op zijn plaats. Minister Guy Vanhengel (Open VLD) heeft in de vorige legislatuur het financieel beheer op orde gezet en kon daar nu de vruchten van plukken. De gewestbelasting is gehalveerd (van 179 naar 89 euro) en enkele registratie-, schenkings- en successierechten zijn verlaagd. Om de economie meer zuurstof te geven, heeft Vanhengel de gemeenten, met succes, aangepord de computerheffing af te schaffen; het Gewest compenseert het verlies. Vanhengel ontpopte zich tot de grote verdediger van het Brussels Gewest – in de communautaire dialoog geen overbodige luxe.

Minister-president Charles Picqué (PS) ten slotte mocht al voor de derde keer in twintig jaar de Brusselse regering leiden. Picqué is ook de voorbije vijf jaar zichzelf gebleven, charme en charisma te over. Hij is erin geslaagd zijn zespartijenregering samen te houden, relaties met Europa uit te bouwen en een plan voor de internationale uitstraling van Brussel uit te tekenen. Helaas liet hij na de negentien baronieën op tijd en stond tot de orde te roepen. Nochtans is dat de eerste voorwaarde voor een slagkrachtig en ambitieus hoofdstedelijk beleid.

foto: © Saskia Vanderstichele