Xavier Mabille is de voorzitter van het gezaghebbende Franstalige onderzoeksinstituut CRISP, dat eerder dit jaar zijn vijftigste verjaardag vierde. Een gesprek met de éminence grise van de Franstalige politicologie, over de komende verkiezingen. “Het Brusselse politieke landschap is, in tegenstelling tot het Vlaamse en Waalse, nooit stabiel geweest.”
Xavier Mabille was van bij het prille begin betrokken bij het CRISP (Centre de Recherche et d’Information Socio-Politiques). Hij begon er te werken in 1960, schopte het als autodidact tot directeur en is op zijn 76ste nog altijd voorzitter van de raad van bestuur. “Ik heb geen enkel diploma,” zegt hij met pretoogjes. “De eerste keer dat ik een universiteit van binnen zag, was in Leuven, om te doceren.” Later werd hij erehoogleraar aan de ULB.
Wat is de betekenis van de komende verkiezingen voor het Brussels Gewest, dat twintig jaar bestaat? De context is anders dan twee decennia geleden: België wankelt.
Xavier Mabille: “Laten we eerst en vooral niet uit het oog verliezen dat de inzet van de verkiezingen dezelfde is als voorheen: we kiezen een parlement, waarbinnen een meerderheid wordt gezocht en waaruit nadien een regering wordt afgeleid. Bijzonder aan Brussel is dat er een meerderheid gevormd moet worden langs Franstalige én langs Nederlandstalige kant. Dat klinkt misschien banaal, maar dat is het allerminst. Nadat VU-staatssecretaris Vic Anciaux in 1997 ontslag had genomen (uit onvrede met het tekort aan Nederlandstalige brandweerlui, red.), was er tot aan de volgende verkiezingen geen meerderheid meer langs Vlaamse kant. Dat heeft de regering er weliswaar niet van weerhouden te regeren, maar gewoon kun je de situatie bezwaarlijk noemen.”
Maar de Belgische context is wel anders dan in 1997?
Mabille: “Op 7 juni vinden er niet alleen Brusselse, maar ook Vlaamse en Waalse verkiezingen plaats en wordt ook het parlement van de Franse Gemeenschap samengesteld. Jammer genoeg raken de Europese verkiezingen hiermee op de achtergrond, al is dat in wel meer landen het geval. Anderzijds is het ook zo dat in staten waar alleen Europese verkiezingen worden gehouden, nationale thema’s de campagne beheersen.”
Zou het niet verstandig zijn als Brussel als hoofdstad, langs Franstalige kant, zou kiezen voor een klassieke tripartite van liberalen, socialisten en christendemocraten?
Mabille: “De vraag is in hoeverre bij de samenstelling van de Brusselse regering rekening gehouden moet worden met de samenstelling binnen Waals Gewest en Franse Gemeenschap. Dat heeft te maken met partijstrategie. Een klassieke tripartite ligt niet zo voor de hand als je ziet hoe bits de strijd tussen MR en PS is. Maar dat is een strijd die Brussel overstijgt. Sinds het uitbreken van de financiële crisis, in september vorig jaar, verwijten de Franstalige socialisten de liberalen van MR dat de crisis het gevolg is van een ultraliberaal beleid. MR verwijt PS dan weer begripsverwarring door liberalisme en kapitalisme gelijk te stellen. Er woedt een felle strijd om het leiderschap in het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap. De liberalen zijn lang de dominante politieke familie geweest in de hoofdstad.”
Verwacht u een politieke aardverschuiving?
Mabille: “In tegenstelling tot Vlaanderen en Wallonië is Brussel altijd onstabiel geweest. Ik heb in vorige decennia Vanden Boeynants en PSC zien triomferen, maar ook PRL en FDF. In 2004 werd de PS totaal onverwachts de grootste partij; in 1999 was ze kleiner dan MR en kleiner dan Ecolo. In 2004 werden de Franstalige groenen dan weer gehalveerd. Vandaag voorspelt de barometer weer veel goeds voor Ecolo.”
Het volledige artikel leest u op brusselnieuws.be
foto: © Ivan Put










