Bij de regionale verkiezingen in Brussel van 1999 was het simpel. Toen kwamen er vier lijsten op aan Vlaamse kant. Vandaag zijn dat er liefst twaalf. Het gegarandeerde aantal zitjes in het Brussels en Vlaams parlement heeft de appetijt blijkbaar aangescherpt.
Bij Belgische Unie-Union Belge (BUB) is het nog het duidelijkst. De partij, die al jaren aan allerlei verkiezingen deelneemt, zal op 7 juni alleen in Brussel opkomen, en dan alleen nog aan Vlaamse kant. Puur berekening: in het Brussels parlement is een Vlaams zitje het goedkoopst.
Er zijn zeventien zetels voor de Vlamingen in het Brussels parlement, wat ook het aantal Vlaamse kiezers is in Brussel. De wetgever heeft dat zo bepaald om de Vlaamse minderheid beter te beschermen. Kleine partijen hopen daar nu van te profiteren. “We komen niet op in Vlaanderen of Wallonië,” zegt BUB-voorzitter Hans Van de Cauter, “omdat we ons nu willen concentreren op het halen van een zitje. En in Brussel is dat het makkelijkst. 3.500 stemmen volstaan.” Van de Cauter zal zowel lijsttrekker zijn voor het Brussels als voor het Vlaams parlement. Handtekeningen ronselen hoefde niet. Een uittredend volksvertegenwoordiger was bereid die ene handtekening te bezorgen.
Ook andere kleine partijen zien in Vlaams Brussel hun kans schoon om snel een zetel te halen. Uittredend parlementslid Jos Van Assche (ex-Vlaams Belang, ex-VLD) bijvoorbeeld, die met het populistische Pensioen+20% met een nota bene federaal thema naar de regionale verkiezingen trekt. Hij hoopt op stemmen van senioren met een klein pensioen.
Andere partijen komen wel aan Franstalige én Vlaamse kant op in Brussel, en organiseren zo concurrentie voor zichzelf. Pro Bruxsel ijvert bijvoorbeeld voor een Brusselse gemeenschap en meer autonomie voor het Gewest. Niet Thierry Vanhecke zal de lijst trekken, zoals eerst aangekondigd, maar Jan Verbeke, tweetalig gemeenteraadslid en dierenarts in Watermaal-Bosvoorde.
Aan de linkerzijde is PVDA+ present met Riet D’Hondt, al politiek actief in Brussel “sinds de jaren 1970″. De Franstalige zusterlijst PTB+ wordt ook getrokken door een Vlaming, Dirk De Block van het Molenbeekse jeugdhuis Centrum-West. PVDA+ had hem ook graag op de lijst gehad, maar de man heeft een Franstalige identiteitskaart, “wat nog maar eens aantoont dat tweetalige lijsten voor alle Brusselaars dringend nodig zijn in Brussel,” zegt Jan Busselen, zelf kandidaat voor PVDA+.
Tweeënhalve minister
De versnippering bij deze verkiezingen is niet alleen een Brussels fenomeen. Het uiteenvallen van kartellijsten in Vlaanderen heeft zijn weerslag op Brussel. De Sociaal-Liberale Partij (SLP), opvolger van VlaamsProgressieven, komt op in Brussel, maar wil of kan nog niet zeggen met welke kopman of -vrouw.
N-VA trekt voor het eerst in jaren alleen naar de kiezer. Historicus en tvbrussel-figuur Paul De Ridder staat op kop voor de lijst van het Brussels parlement. Karl Vanlouwe zal de lijst voor het Vlaams parlement trekken. Voorzitter Bart De Wever, die deelneemt aan de Europese verkiezingen, zal de campagne mee ondersteunen. De kandidatuur van N-VA is meteen ook een testcase voor het klassieke Vlaams-nationalisme in Brussel. Bij het ontstaan van het Gewest, twintig jaar geleden, waren er nog negenduizend Volksunie-stemmen in Brussel.
Lijst Dedecker (LDD) heeft in Brussel nog niet beslist wie de lijst zal trekken. Piet Deslé en Jan Vandenbussche zijn al vaak genoemd; Isabelle Van Laethem deed het dan weer niet slecht als lijsttrekker bij de federale verkiezingen. De eerste plaats is erg gegeerd, omdat verwacht wordt dat LDD zeker één zetel zal binnenrijven.
Die zal dan misschien ten koste gaan van Vlaams Belang, dat er nu al van uitgaat dat het record van 21.000 stemmen (van de zestigduizend Vlaamse) uit 2004 moeilijk te evenaren valt. Johan Demol zal zowel voor Vlaams als Brussels parlement de lijst trekken.
De klassieke machtspartijen (Open VLD, SP.A, CD&V en Groen!) zien die caleido scoop met lede ogen aan. Want als de versnippering zich ook manifesteert in het verkiezingsresultaat, dan wordt het kluwen onontwarbaar. Er zijn immers maar drie Vlaamse ministerposten te verdelen. Of beter: tweeënhalf. Als een coalitie alleen mogelijk is met vier of vijf partijen, dan wordt dat bikkelhard onderhandelen.










